Schrijver: Wolfgang Herrndorf
Jaar van publicatie: 2011
Uitg. Cossee, Amsterdam
Vert. Pauline de Bok
Oorspr. titel: Tschik (Rowohlt, Berlijn, 2010)
Als je net een boek hebt gelezen, is het vaak moeilijk een begin te maken in een volgend boek. Daar had ik hier geen last van: dit las als een trein en in een paar dagen had ik het ook uit. Op de achterflap staat ook al, dat het zo jammer is, dat dit boek niet meer bladzijden telt omdat het zo goed geschreven is. Na het lezen was ik het daar helemaal mee eens. wat een geweldig boek! Humor, zoals humor bedoeld is: met de nodige triestheid op de achtergrond.
Maik Klingenberg is veertien jaar. Hij zit op het gymnasium en voelt zich een buitenbeentje. De andere leerlingen vinden hem saai en hij wordt ook niet uitgenodigd op het verjaardagsfeestje van het meisje, waar hij stiekem verliefd op is. Dan komt Andrej Tsjichatsjov bij hem in de klas. Een Russische jongen, die vaak al dronken is, als de ochtendlessen beginnen. Niemand wil ook met hem omgaan.
Maik heeft het ook thuis niet prettig. Zijn moeder zit in een ontwenningskliniek en zijn vader neemt de gelegenheid waar om met zijn 'assistente' op 'zakenreis' te gaan. Als Maik alleen thuis zit, in het dure huis van de familie en bij het bijbehorende zwembad, komt Tsjik, want zo wordt Andrej meestal genoemd, bij hem op bezoek. Eerst wil Maik nauwelijks met hem bemoeien, maar langzamerhand vindt hij het toch gezelliger met zijn tweeën en ze blijken goed met elkaar op te kunnen schieten. Tsjik heeft een oude Lada gescoord en samen gaan de jongens op reis: waarheen? Geen idee. Tsjik zegt graag naar Walachije te willen, omdat zijn opa er woont. Waar het ligt? Al weer: geen idee. Ze beleven samen de nodige avonturen.
Heerlijk boek.
Posts tonen met het label puberteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label puberteit. Alle posts tonen
zaterdag 5 juli 2014
dinsdag 26 maart 2013
Boek 21: De vanger in het graan
Schrijver: J.D. Salinger
Jaar van publicatie: 1978 (eerste druk)
Uitg. J.M. Meulenhoff
Vert. Johan Hos (1989)
Oorspr. titel: The Catcher in the Rye (1951)
Holden Caulfield, zestien jaar oud, is weer van school gestuurd. Hij verzet zich dan ook tegen iedere vorm van schoolsheid en eigenlijk tegen alles en iedereen. Hij besluit de paar dagen die hem nog resten op deze school, niet af te wachten en te vertrekken naar New York.
Omdat zijn ouders (die daar wonen) niet mogen weten, dat hij ook van deze school gestuurd is, zwerft hij rond. Hij gaat in een hotel, zwerft door het park en voelt zich eenzaam en depressief. Een afspraakje met een oud-vriendinnetje loopt op niets uit. De enige persoon, waar hij wel mee wil praten is zijn zusje Phoebe. Hij sluipt zijn ouderlijk huis binnen, zijn ouders zijn niet aanwezig en hij maakt Phoebe wakker. Ze praten samen wat. Hij vertelt haar, dat hij van plan is te vertrekken. Phoebe schrikt daarvan.
Als zijn ouders thuiskomen, sluipt Holden weer naar buiten. Hij belt een oud-leraar op, die hem uitnodigt bij hem thuis. Hij kan daar slapen, maar vertrekt ook daar weer, midden in de nacht. Hij probeert op een bankje in het station te slapen, maar het lukt niet erg. Koud, dronken, eenzaam, depressief - hij lijkt toch iedereen waar hij zo'n hekel aan had te missen. Nog verzet hij zich ertegen. Hij schrijft Phoebe een briefje, waarin hij vertelt, dat hij toch meteen gaat vertrekken. Als ze mee wil gaan, bedenkt hij zich en gaat met haar naar huis. Hij begint zich langzaam aan te passen.
Ook hier een kind, met een problematische puberteit. Nog steeds komen de boeken die ik lees in paren, lijkt het. Het vorige ging over een meisje, dat misbruikt en mishandeld werd, hier maakt een jongen zelf de problemen. Opgroeien is zo eenvoudig niet.
Jaar van publicatie: 1978 (eerste druk)
Uitg. J.M. Meulenhoff
Vert. Johan Hos (1989)
Oorspr. titel: The Catcher in the Rye (1951)
Holden Caulfield, zestien jaar oud, is weer van school gestuurd. Hij verzet zich dan ook tegen iedere vorm van schoolsheid en eigenlijk tegen alles en iedereen. Hij besluit de paar dagen die hem nog resten op deze school, niet af te wachten en te vertrekken naar New York.
Omdat zijn ouders (die daar wonen) niet mogen weten, dat hij ook van deze school gestuurd is, zwerft hij rond. Hij gaat in een hotel, zwerft door het park en voelt zich eenzaam en depressief. Een afspraakje met een oud-vriendinnetje loopt op niets uit. De enige persoon, waar hij wel mee wil praten is zijn zusje Phoebe. Hij sluipt zijn ouderlijk huis binnen, zijn ouders zijn niet aanwezig en hij maakt Phoebe wakker. Ze praten samen wat. Hij vertelt haar, dat hij van plan is te vertrekken. Phoebe schrikt daarvan.
Als zijn ouders thuiskomen, sluipt Holden weer naar buiten. Hij belt een oud-leraar op, die hem uitnodigt bij hem thuis. Hij kan daar slapen, maar vertrekt ook daar weer, midden in de nacht. Hij probeert op een bankje in het station te slapen, maar het lukt niet erg. Koud, dronken, eenzaam, depressief - hij lijkt toch iedereen waar hij zo'n hekel aan had te missen. Nog verzet hij zich ertegen. Hij schrijft Phoebe een briefje, waarin hij vertelt, dat hij toch meteen gaat vertrekken. Als ze mee wil gaan, bedenkt hij zich en gaat met haar naar huis. Hij begint zich langzaam aan te passen.
Ook hier een kind, met een problematische puberteit. Nog steeds komen de boeken die ik lees in paren, lijkt het. Het vorige ging over een meisje, dat misbruikt en mishandeld werd, hier maakt een jongen zelf de problemen. Opgroeien is zo eenvoudig niet.
Abonneren op:
Reacties (Atom)

