zondag 24 september 2017

Boek 84: De vrouw in de kooi

Schrijver: Jussi Adler=Olsen
Jaar van publicatie: 2010
Uitg. Prometheus, Amterdam
Vert. Kor de Vries
Oorspr. titel: Kvinden i buret (Jussi Adler-Olsen, 2008)
Serie Q #1

De tijd die ik nodig had om te beginnen aan De vrouw in de kooi en de tijd die nodig was om het te lezen, waren omgekeerd evenredig. Het stond al jaren te wachten in mijn boekenkast, maar de kaft zowel als de titel stonden me zozeer tegen, dat het er meer dan vijf jaar heeft gestaan. Toch hoorde ik alom lovende kritieken. Andere boeken gingen voor.
Totdat de knoop werd doorgehakt: ik begon te lezen en hield niet meer op. In twee dagen was het boek, toch 382 bladzijden dik, uit.
Wat een spanning. Wat een goed verhaal. Zelfs toen duidelijk werd, hoe de vork in de steel zat, werd het niet minder spannend of beklemmend. Je bleef je afvragen hoe het zou aflopen, ook al vermoedde je wie de daders van de wreedheden die begaan werden, waren.
Een bekende politica werd ontvoerd en verdween spoorloos. Een zoektocht door de politie leverde weinig op en het zoeken werd gestaakt. Brigadier van politie Mørck wordt als lastig ervaren en krijgt een 'erebaantje'. Hij krijgt een minikantoortje in de kelder van het bureau. Als hulpje krijgt hij een Syrische asielzoeker, Assad. Samen moeten ze 'cold cases' gaan uitzoeken. Zij vormen de nieuw opgerichte afdeling Q.
Hoewel Mørck, getraumatiseerd door een schietpartij in een vorige zaak, waarbij twee collega's van hem omkwamen, en hij zelf gewond raakte, niet veel zin lijkt te hebben, gaat hij toch langzaam maar zeker aan het werk.
Gestimuleerd door Assad, die voor bijzondere opsporings- en aanhoudingstechnieken niet terugdeinst wordt de zaak van politica Merete Lynggaard aangepakt. De lezer krijgt inzicht in de omstandigheden waarin ze leefde voor de ontvoering, maar ook erna. En met de nodige kritiek op de Deense politiek met alles wat daarbij hoort, wordt ook daar een beeld van geschetst. 
De hoofdstukken zijn kort. De wisselende tijd die wordt beschreven, van voor, tijdens en na de ontvoering, geven steeds meer inzicht in wat er is gebeurd.
Eigenlijk wilde ik meteen deel 2 gaan lezen van de serie, maar dat moet nog heel even wachten. Toch ben ik erg benieuwd naar de verdere ontwikkeling van hoofdpersoon Børk, maar vooral naar de wat duistere figuur Assad, die meer lijkt te weten en te kunnen dan vermoed werd.

Boek 83: Maigret en de onbekende wreker


Schrijver: Georges Simenon
Uitg. Bruna (Zwarte Beertjes reeks, nr. 740, 1979)
Vert. N. Broese van Groenau
Oorspr. titel: Pietr le Letton
Maigret #1

Al jaren liggen er vele delen van de serie over commissaris Maigret bij mij in een doos op zolder. De BRT zond een paar verfilmingen uit van delen uit de serie, met Rowan Atkinson in de hoofdrol. Ik was daar erg enthousiast over en besloot de dozen te openen en te zoeken, of ik deel 1 van de serie bezat. Dat was het geval. In het Frans heet het boek Pietr le Letton, maar al bij dit eerste deel wordt de vorm Maigret en de ... aangenomen. Deze stijlvastheid kenmerkt de serie.
Dit eerste deel is geschreven in Nederland, aan boord van het schip van  Simenon in Delfzijl. Het dateert van 1929.
Pietr de Let is hier de voornaamste tegenstander van Maigret. Zijn signalement wordt al in de eerste bladzijden gegeven. Bovendien worden de gegevens van zijn reis per trein, nagegaan en doorgegeven. Eigenlijk is er weinig spannends te beleven. Maigret wacht hem op in Parijs. Toch even een klein ongelukje: De man die voor Pietr wordt aangezien, ligt vermoord in het toilet van de trein.
Vreemd genoeg neemt iemand anders, met precies dezelfde kenmerken die in de signalementen voorkwamen, zijn intrek in een hotel in Parijs. Maigret neemt waar, wacht af, bespiedt, verbergt zich niet, denkt na. En speurt.
De figuur van Maigret heeft al alle kenmerken van de commissaris in de volgende delen. Ooit heb ik er vele van gelezen en ik volgde de serie, met Kees Brusse in de hoofdrol, op televisie. Over stijlvastheid gesproken: het is knap, dat de figuur Maigret al in deel 1 zo is uitgewerkt. Hij is een geblokt, stevig persoon, als uit eikenhout gehouwen. Hij doet zijn best mensen te begrijpen, zich in hen te verplaatsen. Zowel daders als slachtoffers. Er was enige kritiek op dit eerste deel, maar ik vind het bewonderenswaardig geschreven voor een eerste deel.

woensdag 20 september 2017

Boek 82: Drie vrienden, een huis en een klusjesman

Schrijver: Astrid Harrewijn
Jaar van publicatie: 2016
Uitg. De Boekerij

Het tweede deel van deze trilogie las (of eigenlijk luisterde) ik, zonder te weten, dat dit het tweede deel was: Daar heb je vrienden voor. Hoofdpersoon daar was Joost, hij woonde samen met Kiki, haar zuster Noor was verhuisd naar Parijs. Het boek maakte me benieuwd naar deel 1. Hier is Noor de hoofdpersoon. Ze werkt in het Van Gogh museum. Zij en Kiki komen uit Limburg. Noor heeft daar al jarenlang een relatie, zij en haar vriend wonen samen. Haar vriend is het er niet mee eens, dat Noor de werkdagen, en vaak ook het weekend, doorbrengt in Amsterdam. Haar ouders zijn zeer op de hand van vriend, en vinden ook, dat Noor maar spoorslags weer terug moet keren naar Limburg. Deze gegevens beslaan een groot deel van het boek en het gezeur erover maakte, dat ik dit deel minder kon waarderen dan het deel over Joost, dat geestiger was en minder gezeur bevatte.

Ook gezeur in het museum. Noor zal een expositie samenstellen. De interim directeur is een ondeskundig figuur, die alleen in de weg loopt. Ook in het boek neemt hij teveel ruimte in.

Noor vliegt heen en weer tussen Amsterdam, Limburg, Parijs en nog een paar oorden, waar ze overlegt over de tentoonstelling met andere conservatoren van musea daar. Ze ontmoet een fransman op een congres, die van alles weet over vervalste kunst. Hem komt ze later nog vaker tegen en ze voelen zich tot elkaar aangetrokken.
De sfeer in het Van Gogh wordt al slechter, Noor voelt zich er steeds minder thuis. Ze krijgt het aanbod om in een museum in Parijs te komen werken. Dat is wel heel aanlokkelijk.

Leuk verhaal, fijn als luisterboek, maar minder dan deel 2. Nu benieuwd naar deel drie, waar Kiki de hoofdrol speelt.

Boek 81: De zaak Torfs

Schrijver: Jo Claes
Jaar van publicatie: 2008
Uitg. Houtekiet, Antwerpen

Dit was het eerste boek dat ik las van Jo Claes. Enthousiaste verhalen maakten me nieuwsgierig naar de schrijver, het boek en de hoofdpersoon, Thomas Berg. Het duurde even voor deze hoofdpersoon in het verhaal voorkwam. Om precies te zijn: na het lezen van een derde van het boek. Goed na te gaan, want het verhaal is in drie  bijna gelijkwaardige hoofdstukken opgedeeld, ieder genoemd naar de maand, waarin het verhaal zich bevindt. In deel 1 maken we kennis met de drager van de naam uit de titel: Pieter Torfs. Hij heeft een restauratieatelier in Leuven. Christina Jonckheere, een rijke dame uit dezelfde plaats, heeft een schilderij geërfd, van een groot schilder. Haar grootvader verzamelde kunst en hij liet haar dit waardevolle schilderij na, de rest ging naar andere familieleden. Het schilderij moest nog een bewijs van echtheid krijgen. Torfs werd gevraagd het schilderij te keuren en dit bewijs te leveren. Hij twijfelt aan de echtheid van het schilderij, maar accepteert de opdracht toch, na aandringen van de conservator van een plaatselijk museum. Daar zal het doek het middelpunt vormen van een tentoonstelling. Bij de opening van deze tentoonstelling blijkt het schilderij een vervalsing te zijn. Kort daarna wordt Torfs gevonden: hij lijkt zichzelf te hebben opgehangen in zijn woning. Niet lang erna wordt zijn assistente vermoord aangetroffen.
Dan verschijnt Berg op het toneel. Hij is vrijgezel, houdt van mooie dingen, lekker eten, klassieke muziek. Ooit begon hij aan een studie theologie, maar veranderde toen van richting, kwam terecht bij de politie in Brussel, maar werkt sinds kort bij de politie in Leuven als hoofdinspecteur. Daar moet hij nog even wennen. Vooral met zijn directe baas en met de rechter ligt hij voortdurend overhoop. Hij blijft er vrij rustig onder, kan wel opschieten met zijn collega's en in zijn vrije tijd drinkt hij graag een espresso op een terras, waar een aardige Franse studente kunstgeschiedenis zijn belangstelling wekt.
Het oplossen van deze zaak is een hele puzzel, Berg twijfelt er af en toe aan, of hij ooit zal weten wie de dader van deze twee moorden is. Hij zoekt echter rustig verder en denkt na. Ondertussen komen alle straatnamen van Leuven een paar keer voor. Dat maakt het lezen er niet prettiger op, als de stad je volkomen vreemd is. Ook het Vlaams van de schrijver zat mij als lezer danig in de weg. Ik moest zinnen af en toe een paar keer lezen om te weten waar iets over ging en wat er bedoeld werd. Een opgraving wordt in het Nederlands echt geen site genoemd. Die vind je op de computer. En dit is slechts een van de vele voorbeelden.
Maar verder was het een aangenaam boek om te lezen. Echt heel spannend was het niet: je zag al ruim voor het einde, hoe het zou aflopen. De personages waren goed uitgewerkt, de hoofdpersoon sympathiek op zo'n manier, dat je nog wel eens een boek wilt lezen waarin hij de hoofdpersoon is.

zondag 17 september 2017

Boek 80: The Nix

Schrijver: Nathan Hill
Jaar van publicatie: 2016
Uitg. Alfred A. Knopf, New York

Het kostte me moeite in dit boek te beginnen: het was te dik. De bladzijden waren te dicht bedrukt met te kleine lettertjes.
Omdat ik zoveel enthousiaste verslagen had gelezen en gehoord van anderen, besloot ik toch door te zetten. Daar ben ik nu blij om.
Samuel Andresen-Anderson is professor aan een klein plaatselijk college. Toen hij nog jong was is zijn moeder Faye plotseling verdwenen. Hij heeft nooit meer iets van haar gehoord. Dan verschijnt er een bericht in het nieuws: een vrouw heeft stenen gegooid naar een presidentskandidaat. De gebeurtenis, die eigenlijk niet zo veel voorstelde, wordt breed uitgemeten op de televisie en in de kranten. Er staan weer spoedig verkiezingen op het programma.
Samuel, die het moeilijk heeft met zijn leerlingen (op beeldende wijze wordt verteld, hoe een leerlinge, die een opdracht niet volgens de regels heeft uitgevoerd, hem voor gek zet), besteedt zijn vrije tijd met het spelen van een computerspel. Iedere avond ontmoet hij in de digitale wereld medespelers, die hij nooit heeft gezien en alleen kent bij de naam, die ze in het spel hebben gekozen. Samuel heeft het gevoel, dat hij meer met zijn leven zou moeten doen, en nu besluit hij zijn moeder te gaan zoeken. Zij blijkt namelijk de stenen gooiende vrouw te zijn. Samuel beseft, dat hij eigenlijk niets van haar weet. Alleen dat ze hem heeft verteld over de Nix, een mythologisch paard, dat kinderen meelokte op zijn rug, ze daar veel plezier liet beleven, dan een aanloop nam richting de zee en van de rotsen afsprong, het water in. Alle kinderen verdronken daarbij. De les die daaruit viel te leren was, dat dat- of diegene die je het meeste plezier verschafte, je daarna in het diepste ongeluk zou drijven. Faye hoorde dat verhaal van haar vader, die uit Noorwegen naar Amerika was geëmigreerd. Ook zij wist weinig van zijn leven in Noorwegen.
De hoofdstukken spelen afwisselend in 1968 en 2011, de jeugdjaren van Faye en Samuel. Hun ontmoetingen met de meest uiteenlopende personen zijn boeiend om te lezen. Hun karakters zijn hier en daar op te maken uit de lengte van de zinnen waarmee ze geportretteerd worden. Zo bestond een hoofdstuk van elf bladzijden lang uit één enkele zin. Moeilijk te lezen, maar het gaf goed de gejaagdheid en de twijfel van de betreffende persoon weer.
Zowel Samuel als Faye gaan op zoek. Zij hopen eindelijk van de Nix verlost te worden en rust te vinden, evenals de mensen, die ze op hun tochten hebben ontmoet.
Het boek is grappig, spannend en vaak ontroerend. Bij een aantal mensen voel je ergernis, bij andere be- of verwondering. Maar koud laat het je allemaal niet.

donderdag 14 september 2017

Boek 79: De laatste roos van de zomer

Schrijver: Santa Montefiore
Jaar van publicatie: 2017
Uitg. Meulenhoff BV, Amsterdam
Vert. Erica Feberwee
Oorspr. titel: The Last Secret of the Deverills (2017, Santa Montefiore)
Deverill trilogie#3

De eerste verwarring bij het lezen van dit laatste deel van de serie over de vrouwen van Deverill kwam al bij de Nederlandse titel: waarom heeft de uitgeven gekozen voor De laatste roos van de zomer? Wie of wat is die laatste roos? Toen ik het boek uit was, kon ik daar nog geen antwoord op geven. Het was zoveel beter geweest om de Engelse titel gewoon te vertalen: The last Secret of the Deverills. Dan was ook meteen duidelijker geweest, dat dit het laatste deel van deze trilogie was.
Als je de eerste twee delen gelezen had, viel op, dat er hier veel herhaald werd. Prettig natuurlijk wanneer je dit boek als stand alone leest, maar nogal saai als je een serielezer bent.
Verder was het wel weer prettige lectuur, maar beslist minder dan de eerste twee delen. Hoofdpersonen zijn weer de drie dames: Kitty, Bridie en Celia, hun familie en andere inwoners van Ballinakelly, het Ierse dorp waaraan ze allemaal zo verknocht zijn.
Daarbij komen nu een paar teruggekeerde Amerikanen: Het meisje Martha, met haar nanny Mrs. Goodwin. Martha is op zoek naar haar natuurlijke moeder. Ze ontmoet JP, de halfbroer van Kitty, zoon van Bridie, en ze worden natuurlijk verliefd.
Jack en zijn gezin komen ook  terug uit de VS. Hij heeft zich daar met maffiapraktijken beziggehouden en vluchtte eerst naar Zuid-Amerika, maar is nu weer terug in Ierland. Ik had grote moeite de persoon van Jack te combineren met de maffia, en vond dat nogal ongeloofwaardig en onnodig voor het verhaal.
Zijn dochtertje Alana verdwaalt kort na haar aankomst in Ierland in het bos. JP brengt haar naar huis op zijn paard en zij, zo jong als ze is, voelt zich zeer tot hem aangetrokken. Als hij dienst neemt bij de luchtmacht schrijft ze hem en hij schrijft aan haar over zijn angsten, gevoelens, teleurstellingen. Dingen die hij aan niemand anders kan vertellen. Haar ouders mogen niets weten over deze briefwisseling. Kitty fungeert als tussenpersoon.
Bij al deze ontwikkelingen wil je eigenlijk vooral weten, of de breuk tussen Kitty en Bridie eindelijk eens wordt hersteld. Je mist Celia, die nauwelijks in het verhaal voorkomt. Het duurt en het duurt. Wat gaat Martha nu doen? Zou ze ontdekken, wie haar moeder is? Iedereen in het dorp merkt de gelijkenis op tussen Bridie en Martha, maar de betrokkenen hebben natuurlijk niets in de gaten, ondanks de grote aantrekkingskracht die ze voelen. Ach ja.

Het eind kon me niet helemaal bekoren. Na die hele lange aanloop kwam dit wel was gehaast over: er moest nu maar een eind aan het verhaal gereid worden.

Ondanks deze kritiek vond ik de serie de moeite waard. De hoofdpersonen waren boeiend genoeg om te willen weten hoe het ze verder zou vergaan. De geschiedenis van Ierland werd mooi opgenomen in het verhaal. De strijd tussen de Ieren en de Engelsen was af en toe hevig, maar toch ontstonden er vriendschappen tussen inwoners van beide gemeenschappen. De strijd tussen protestant en katholiek, nog altijd niet helemaal uitgewoed, was bijna nog moeilijker te beslechten. Het bijgeloof, hier opgenomen in de persoon van Maggie O'Leary en de geesten van overleden Deverills, gaf sfeer en achtergrondinformatie en voelde echt Iers aan.
Deze factoren maakte de boeken interessant genoeg om met plezier te lezen.

zondag 10 september 2017

Boek 78: Een vrouw op 1000°

Schrijver: Hallgrímur Helgason
Jaar van publicatie: 2014
Uitg. De Arbeiderspers
Vert. Marcel Otten
Oorspr. titel: Konan Vid 1000° (2011, JPV ùtgáfa, Reykjavik)

Boeken van IJslandse schrijvers liet ik lange tijd aan mij voorbijgaan. Ik vond ze moeilijk leesbaar, met al die namen eindigend op dottir of son, die allemaal op elkaar leken. Voor mij bijna onmogelijk uit elkaar te houden. Toen begon ik aan dit boek. Bijna meteen werd ik gegrepen door de beeldende manier van vertellen. Ik zag de hoofdpersoon Here Björnsson op haar bed in die garage liggen. Haar naam sprak me aan met zijn twee tegenstrijdigheden. Als vrouw Here heten (eigenlijk Hjerbjörg Maria), met als achternaam Björnsson (zou dottir moeten zijn, maar grootpapa was ooit president en BIJer, dus ze kreeg zijn achternaam.
Here was al op jonge leeftijd op zichzelf aangewezen. Haar vader was Deens en een deel van haar jeugd bracht ze in Denemarken door. Haar hart bleef altijd uitgaan naar IJsland, ook toen ze door haar vader in WO II werd achtergelaten op een station, om daar te wachten op de moeder, die nooit arriveerde. Haar vader was SSer, haar moeder haatte dat. Here werd tijdelijk ondergebracht op een Oostfries eiland. Ze hoopte met haar ouders herenigd te worden, maar dat mislukte. Ze moest vluchten en herinnert zich nu op haar bed alle gruwelen, die ze meemaakte en zag.
Op dat bed heeft ze zo goed als niets, maar wel een laptop, waarmee ze de wereld bereist en haar kinderen bespioneert. Ze heeft in haar leven vele mannen gehad, en daaruit zijn een paar zonen geboren, waar ze niet veel mee op heeft. Haar schoondochters zijn nog erger.
Na de oorlog wordt vader Hans niet alleen niet geaccepteerd door zijn vrouw, maar ook niet door de andere IJslanders. Samen met Here vertrekt hij naar Argentinië.
Het verhaal springt heen en weer tussen heden en verleden en naarmate het einde nadert, zowel van het boek als van Here, worden de herinneringen en het heden steeds warriger vermengd.
Het geheel is een indrukwekkend epos, geschreven in korte, bijtende zinnen en al even korte hoofdstukken. De vertaling moet niet eenvoudig geweest zijn maar is op bewonderenswaardige manier gemaakt.
Helgason is niet alleen schrijver, maar ook schilder en cartoonist. Dat is te merken aan zijn schrijfwijze.
Een boek om te onthouden.